De erfbelasting staat volop in de belangstelling. De komende jaren zal namelijk veel vermogen overgaan naar een volgende generatie. Tegelijkertijd wordt in de samenleving verschillend gedacht over de wenselijkheid en rechtvaardigheid van erfbelasting. Daardoor lijkt de politieke ruimte voor grote wijzigingen beperkt. Wij verwachten daarom geen ingrijpende aanpassingen in het belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Wel zijn enkele kleinere wijzigingen denkbaar die in de praktijk wel belangrijk kunnen zijn.
1. Rol WOZ-waarde
Voor woningen die worden geschonken of vererven, wordt op dit moment aangesloten bij de WOZ-waarde van het betreffende jaar. De WOZ-waarde heeft een peildatum die één jaar eerder ligt. In de praktijk kan dit gunstig uitpakken, omdat de WOZ-waarde de afgelopen jaren vaak lager was dan de werkelijke verkoopwaarde van de woning.
Eerder werd aangekondigd dat bij schenkingen van woningen per 1 januari 2027 niet langer de WOZ-waarde, maar de werkelijke waarde als uitgangspunt zou gelden. In de Voorjaarsnota 2026 is echter aangegeven dat deze wijziging om praktische redenen niet doorgaat.
Voor wie een woning wil schenken of nalaat, betekent dit dat voorlopig geen wijziging wordt verwacht. De WOZ-waarde blijft dus naar verwachting ook in 2027 het uitgangspunt.
2. Wijziging vaste percentages
De vrijstellingen binnen de schenk- en erfbelasting worden jaarlijks geïndexeerd. Lees hier meer over belastingvrij schenken in 2026.
Voor andere percentages geldt dat niet. Een belangrijk voorbeeld is het vaste percentage van 6% dat een rol speelt bij overbedelingsvorderingen en bij schenkingen op papier. Dat percentage is al jaren gelijk, terwijl de marktrente in de afgelopen jaren sterk op en neer ging.
Daarnaast wordt bij de waardering van bepaalde periodieke uitkeringen nog gewerkt met verouderde tabellen. Het ligt voor de hand dat deze tabellen op termijn worden aangepast aan de huidige levensverwachtingen.
Voor de praktijk hebben beide aanpassingen voor onder meer overbedelingsvorderingen aanzienlijke gevolgen. Dit zijn de vorderingen die kinderen bij de wettelijke verdeling krijgen op de langstlevende ouder. Als deze vorderingen anders worden gewaardeerd of minder snel groeien door rente (oprenten), kan dat uiteindelijk leiden tot meer erfbelasting bij het overlijden van de langstlevende ouder.
Het ministerie streeft naar 1 januari 2028 als datum voor inwerkingtreding. We verwachten daarom niet dat de wijzigingen al in het aanstaande belastingplan worden opgenomen. Toch is dit een belangrijk onderwerp om in de gaten te houden, juist omdat het vaste percentage van 6% ook een belangrijke rol speelt bij schenkingen op papier.
3. Schenking op papier
De schenking onder schuldigerkenning, beter bekend als de papieren schenking, werd in de Voorjaarsnota 2026 genoemd als ‘opmerkelijke belastingconstructie’. Dat klinkt indrukwekkender dan het is, omdat de regeling al tientallen jaren wordt toegepast en wettelijk is geregeld. De aandacht lijkt vooral voort te komen uit het feit dat de regeling effectief kan zijn om toekomstige erfbelasting te beperken.
Bij een papieren schenking schenkt de ouder een bedrag aan het kind, maar betaalt dit bedrag nog niet uit. In plaats daarvan erkent de ouder de schenking bij notariële akte schuldig aan het kind. Over dit bedrag moet de ouder jaarlijks daadwerkelijk rente betalen. Vaak wordt gekozen voor 6% rente, omdat bij dat percentage in beginsel geen sprake is van zogenaamd ‘fictief vruchtgebruik’.
De regeling kan dus aantrekkelijk zijn, maar is niet voor iedereen eenvoudig toepasbaar. Er is namelijk een notariële akte nodig en de jaarlijkse rente moet daadwerkelijk worden betaald. Als het vaste percentage van 6% in de toekomst wordt verlaagd, kan een belangrijk deel van het voordeel al worden beperkt. Een volledige afschaffing of fundamentele wijziging verwachten wij daarom op dit moment niet.
4. Bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) blijft voor ondernemers een belangrijk aandachtspunt. Met deze regeling kan ondernemingsvermogen onder voorwaarden met een aanzienlijke vrijstelling worden geschonken of vererven. De BOR is de afgelopen jaren veel besproken en is per 2025 en 2026 al op onderdelen gewijzigd.
Voor het belastingplan 2027 verwachten wij op dit punt geen grote nieuwe wijzigingen. Wel blijft het wenselijk dat ondernemers in meer situaties kunnen herstructureren zonder dat dit direct gevolgen heeft voor toepassing van de BOR.
Lees ook onze eerdere blog over de wijzigingen in de BOR.
Conclusie: weinig grote wijzigingen op Prinsjesdag verwacht
Hoewel de schenk- en erfbelasting regelmatig onderwerp van discussie is, verwachten wij voor het belastingplan 2027 geen ingrijpende wijzigingen. Voor particulieren en ondernemers blijven vooral de drie volgende punten belangrijk:
- de waardering van woningen op basis van de WOZ-waarde
- de mogelijke aanpassing van vaste percentages
- de toekomst van de papieren schenking
Blijf de ontwikkelingen volgen en beoordeel of bestaande en voorgenomen transacties nog goed aansluiten bij de actuele regels.