Nieuws

Box 3: kabinet wil vanaf 2028 vermogenswinstbelasting invoeren

Het kabinet heeft op 29 september 2026 een nieuwe richting voor box 3 bekendgemaakt. Het voornemen is om vanaf 2028 voor alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties, uit te gaan van een vermogenswinstbelasting. Voor de overige vermogensbestanddelen (denk aan vorderingen en roerende zaken die als belegging worden gehouden) moet de volledige overstap in 2030 volgen.

De voorstellen zijn nog niet definitief. Het kabinet wil het bestaande wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 via een novelle aanpassen. Die novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. De parlementaire behandeling en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst kunnen daarom nog tot wijzigingen leiden. 

In de uitgebrachte box 3-brief op Prinsjesdag was deze variant nog onderdeel van een aantal geschetste scenario’s die verder zouden worden uitgewerkt. Met de nieuwe brief lijkt de keuze voor het vierde scenario dus versneld te zijn gemaakt. In ons eerdere artikel gaven wij al aan dat deze variant de meest vergaande was. We gaan zien hoe het wetsvoorstel concreet wordt geformuleerd en hoe de parlementaire behandeling daarvan gaat verlopen.

De voorgestelde route voor Box 3

Vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten vanaf 2028 

Volgens het voorstel worden waardestijgingen van financiële instrumenten vanaf 2028 in beginsel pas belast wanneer de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Het kabinet noemt onder meer aandelen, obligaties en opties. Daarmee zou circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder de vermogenswinstbelasting komen te vallen. 

Volledige vermogenswinstbelasting vanaf 2030 

Voor de overige vermogensbestanddelen wil het kabinet in 2030 overstappen naar een volledige vermogenswinstbelasting. De precieze uitwerking moet nog volgen. Bij de verdere vormgeving wordt ook gekeken naar een mogelijke regeling voor landgoederen binnen de Natuurschoonwet, waarbij de uitvoerbaarheid een belangrijk aandachtspunt is.

Ambitieus wetgevingstraject

Het tijdpad is kort. De novelle (zoals deze in de brief wordt genoemd) moet vóór het einde van 2026 zijn aangenomen om invoering per 2028 mogelijk te maken. Het kabinet wil daarom spoedadvies vragen aan de Raad van State en de behandeling laten meelopen met het Belastingplan. In het eerste jaar kunnen banken naar verwachting nog niet alle gegevens aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Belastingplichtigen zullen daardoor mogelijk zelf meer informatie moeten verzamelen en verwerken.

Maatregelen ter dekking van het voorstel

De overstap naar een vermogenswinstbelasting leidt in de eerste jaren tot een budgettaire derving. Het kabinet stelt daarom verschillende maatregelen in box 2 en box 3 voor. 

Box 2: tijdelijk lager tarief 

Het hoge tarief in box 2 (in 2026: 31%) wordt volgens het voorstel vanaf 2027 gedurende vier jaar met 1,8 procentpunt verlaagd naar 29,2%. De eerste schijf blijft 24,5%. Voor 2027 geldt het lage tarief tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 69.607; daarboven geldt het tijdelijke hoge tarief van 29,2%. Het kabinet wil hiermee stimuleren dat ondernemers vermogen uit hun vennootschap naar privé halen. 

Box 2: grens excessief lenen stapsgewijs omlaag 

Een tweede dekkingsmaatregel is het voorstel om de grens voor excessief lenen stapsgewijs te verlagen. Bij de invoering van de wetgeving inzake excessief lenen was de grens van € 500.000 dusdanig discutabel dat deze aanvankelijk werd vastgesteld op € 700.000. Sinds 2024 wordt het deel van de lening bij de bv boven € 500.000 als fictief box 2-voordeel belast.  

De grens voor excessief lenen bij de eigen vennootschap wordt volgens de brief vanaf 2027 in vijf stappen van € 80.000 verlaagd tot € 100.000. Eind 2027 bedraagt de grens daardoor € 420.000 en eind 2031 € 100.000. Eigenwoningschulden blijven buiten deze regeling. 

Deze maatregel zal zeker gevolgen hebben voor directeuren-grootaandeelhouders met een schuld aan hun vennootschap: fors meer van hen zullen belasting gaan betalen over deze schulden. 

Box 3: lager heffingsvrij vermogen en heffingsvrij resultaat 

Het heffingsvrije vermogen wordt per 2027 teruggebracht naar € 30.846, het niveau van 2020. Vanaf 2028 wordt dit vervangen door een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Bij een rendement van 2% betekent dit volgens de kamerbrief dat over de eerste € 50.000 aan vermogen geen box 3-heffing verschuldigd is.

Box 3: hoger forfait voor overige bezittingen in 2027 

Voor 2027 wordt voorgesteld het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt te verhogen. Het forfait stijgt daardoor van 6,37% naar 7,87%. Tot deze categorie behoren onder meer onroerende zaken. In het forfait worden ook huurinkomsten en voordelen uit eigen gebruik van onroerende zaken betrokken. 

Box 1: aanpassing arbeidskorting en toptarief 

Het kabinet stelt daarnaast aanpassingen in box 1 voor. De arbeidskorting wordt in 2027 met € 133 verhoogd in plaats van met € 173. Daar staat tegenover dat de grens waarboven het toptarief van 49,5% geldt, wordt verhoogd naar € 80.578. Hierdoor wordt ook de algemene heffingskorting langzamer afgebouwd.

Wat betekent dit voor u?

De gevolgen verschillen sterk per type vermogen. De onderstaande aandachtspunten kunnen nu al relevant zijn: 

  • Belegt u in aandelen, obligaties of opties, dan wordt het moment van realisatie vanaf 2028 belangrijk voor de belastingheffing. 
  • Als u dga bent, kan de tijdelijke verlaging van het hoge box 2-tarief invloed hebben op de timing van dividenduitkeringen. Het kan interessant zijn om dividenduitkeringen uit te stellen tot volgend jaar. 
  • Heeft u meer dan € 100.000 geleend van uw eigen vennootschap, exclusief eigenwoningschulden, dan leidt de voorgestelde afbouw van de grens voor excessief lenen eerder tot box 2-heffing. Het afbouwen van schulden met dividend is vanwege de lagere tarieven wellicht nog interessanter.
  • Door de verlaging van het heffingsvrije vermogen kan vanaf 2027 een grotere groep belastingplichtigen met box 3-heffing te maken krijgen. 
  • Door de aanpassingen in box 1 kan het netto-inkomen van werkenden wijzigen, onder meer door de hogere grens voor het toptarief en de aangepaste arbeidskorting.
  • Voor vastgoed en andere overige bezittingen kan het hogere forfait in 2027 leiden tot een hogere berekende box 3-grondslag.

Wat kunt u nu doen?

De voorstellen zijn in een brief gepresenteerd en moeten nog parlementair worden behandeld. Toch is het verstandig om tijdig inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen voor uw situatie. Breng daarom uw bezittingen en schulden in box 2 en box 3 in kaart, controleer de omvang van eventuele leningen bij uw eigen vennootschap en bespreek voorgenomen dividenduitkeringen of verkopen van beleggingen vooraf met uw adviseur. 

Wij volgen de behandeling van de novelle en het Belastingplan op de voet. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de definitieve wetgeving en de praktische uitvoering, informeren wij u over de gevolgen en mogelijke aandachtspunten voor uw persoonlijke situatie.

Linda Schuurmans

+31 88 4821735

WKR-update 2026: zo haalt u het maximale uit de WKR
Ontdek de kansen en mogelijkheden voor 2026 én krijg een vooruitblik op 2027
Webinar | 8 oktober 2026
WKR-update 2026: zo haalt u het maximale uit de WKR
Gratis webinar vol praktische tips!
Bedankt!
Uw inschrijving betekenen veel voor ons.
Don't miss out on the latest Industry news
You are Subscribed!