Richtingen voor de toekomst
Het kabinet constateert in een Kamerbrief dat in zowel de Eerste als de Tweede Kamer uiteenlopende opvattingen bestaan over het nieuwe stelsel. Er is nog geen voldoende politiek draagvlak voor een nieuw stelsel. In aanloop naar Prinsjesdag werd al bekend dat geen voorstel voor box 3 werd verwacht. Die verwachting is dus uitgekomen. Wel presenteerde het kabinet op Prinsjesdag een aantal richtingen voor de toekomst van box 3.
Het kabinet deelde de volgende (mogelijke) scenario’s:
Scenario 1: Verbetering van het huidige wetsvoorstel
Scenario 2: Eerst werkelijk rendement, daarna vermogenswinstbelasting
Scenario 3: Uitstel tot 2030
Scenario 4: Snelle invoering vermogenswinstbelasting
Scenario 1: Verbetering van het huidige wetsvoorstel
In dit scenario blijft het bestaande wetsvoorstel het uitgangspunt, maar wordt dit op onderdelen aangepast. Denk hierbij aan verliesverrekening, verlichting voor bepaalde levensgebeurtenissen zoals huwelijk en echtscheiding en enkele andere aanpassingen. Dit scenario zou inhouden dat vanaf 2028 voor iedereen wordt uitgegaan van het werkelijk rendement.
Scenario 2: Eerst werkelijk rendement, daarna vermogenswinstbelasting
In dit scenario wordt het wetsvoorstel per 2028 ingevoerd, waarna vanaf 2030 wordt overgestapt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Waardestijgingen in het vermogen worden dan pas belast bij verkoop of realisatie.
Scenario 3: Uitstel tot 2030
In het derde scenario wordt het huidige stelsel met forfaitair rendement en tegenbewijsregeling langer gehandhaafd. Pas in 2030 volgt de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting. Dit stelsel zou volgens het kabinet leiden tot de grootste budgettaire consequenties (van de verschillende scenario’s).
Scenario 4: Snelle invoering vermogenswinstbelasting
Het meest vergaande scenario zou betekenen dat vanaf 2028 al voor vrijwel alle financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties, een vermogenswinstbelasting gaat gelden. Volgens de stukken is dit technisch echter complex om uit te voeren. Ook legt het grote druk op belastingplichtigen, banken en de Belastingdienst. Vanaf 2030 zou dan overigens ook voor andere vermogensbestanddelen (zoals vorderingen en roerende zaken die als belegging worden gehouden) alsnog de vermogenswinstbelasting gaan gelden.
Wat betekent dit voor belastingplichtigen?
Voorlopig verandert dus nog niets. Het huidige box 3-stelsel met de mogelijkheid van tegenbewijs blijft van kracht totdat een definitieve politieke keuze wordt gemaakt. Hierbij kunnen zelfs de geschetste vier scenario’s nog veranderen. Wel is duidelijk dat het kabinet wil toewerken naar een systeem dat beter aansluit bij het daadwerkelijk behaalde rendement.
Voor beleggers in effecten, vastgoed en andere vermogensbestanddelen blijft onzeker hoe hun box 3-heffing er vanaf 2028 precies uit zal zien. Vooral de keuze tussen een vermogensaanwasbelasting of een vermogenswinstbelasting, die tot grote verdeeldheid leidt, is daarbij van groot belang. Toekomstig nieuws rondom box 3 delen wij uiteraard via onze kanalen.
Meer weten?
Wilt u meer weten over de plannen in het Belastingplan 2027? Via onze kennisbank houden we u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en belangrijke informatie. Heeft u vragen of wilt u advies over wat het Belastingplan voor u betekent? Neem dan gerust contact met ons op. Onze adviseurs staan graag voor u klaar met ondersteuning en persoonlijk advies.