Samenvatting
Vanaf 1 januari 2026 heft de Belastingdienst 7,78% belasting op overige bezittingen zoals aandelen, obligaties, tweede woningen en crypto (6,17% in 2025). Dit gaat op basis van een schatting, ongeacht wat u werkelijk verdient. Voor mensen met een tweede woning of beleggingen die weinig opleveren kan dit hogere percentage nadelig zijn. Het is mogelijk om tegenbewijs aan te dragen, maar hiervoor is een nauwkeurige administratie, tijd en moeite nodig met mogelijk bezwaarprocedures of zelfs juridische stappen als gevolg.
Wat is het rendementspercentage?
Het rendementspercentage is een vast percentage dat de Belastingdienst gebruikt om te berekenen hoeveel winst u zou maken met uw vermogen. Dit gebeurt niet op basis van uw echte inkomsten, maar op basis van een schatting. Voor ‘overige bezittingen’, denk aan aandelen, obligaties, tweede woningen en crypto, gaat de Belastingdienst ervan uit dat u een bepaald percentage rendement behaalt, ongeacht wat u werkelijk verdient.
Voorbeeld:
Stel, u heeft 100.000 euro aan beleggingen. In 2026 gaat de Belastingdienst ervan uit dat u daar 7.780 euro mee verdient (2025: 6.170 euro). Dit is het fictieve rendement waarover u belasting betaalt, ook als de waarde van uw beleggingen in werkelijkheid is gedaald of u weinig dividend heeft ontvangen.
Waarom verhoogt de Belastingdienst dit percentage?
Volgens de Belastingdienst is het gemiddelde rendement op deze bezittingen de afgelopen jaren gestegen. Denk aan stijgende huizenprijzen, hogere beurskoersen en inflatie. Daarom vindt de Belastingdienst het gerechtvaardigd om het percentage te verhogen. Maar dit roept vragen op: want als het doel is om belasting te heffen op het werkelijke rendement (dus wat u écht verdient), waarom dan een hoger fictief percentage?
Wat is de tegenbewijsregeling?
De tegenbewijsregeling geeft u de mogelijkheid om aan te tonen dat uw werkelijke rendement lager is dan het percentage dat de Belastingdienst gebruikt. Als u bijvoorbeeld kunt laten zien dat u met uw beleggingen slechts 2% rendement heeft behaald, terwijl de Belastingdienst uitgaat van 7,78%, dan kunt u vragen om belasting te betalen over die 2% in plaats van het hogere forfait.
Voorbeeld:
U heeft 200.000 euro aan beleggingen, maar behaalt slechts 4.000 euro rendement (2%). De Belastingdienst gaat uit van 15.560 euro (7,78%). Als u dit kunt aantonen, betaalt u belasting over 4.000 euro in plaats van 15.560 euro. Dit kan u honderden euro’s schelen.
Maar: het leveren van dat bewijs is niet eenvoudig. U moet uw rendement goed kunnen onderbouwen met cijfers, documenten en soms zelfs taxaties. Dat kost tijd, geld en moeite.
Wat betekent ‘voordeel wegens eigen gebruik’?
Tot en met 2025 kon een voordeel vanwege eigen gebruik van vastgoed niet meegenomen worden bij het bepalen van het werkelijk rendement. De reden daarvoor was dat daarvoor geen regels gegeven waren om dat voordeel te bepalen. Vanaf 2026 wordt ook het voordeel wegens eigen gebruik van vastgoed belast. De fictieve huurwaarde bij eigen gebruik van vastgoed is vooralsnog vastgesteld op 5,06% van de WOZ-waarde. Stel: u heeft een tweede woning, zoals een vakantiewoning en u gebruikt die zelf. Dan vindt de Belastingdienst dat u die woning ook had kunnen verhuren, dus u geniet een voordeel. Daarom moet u belasting betalen over een fictieve huurwaarde, ook al heeft u geen huur ontvangen.
Voorbeeld:
U bezit een vakantiewoning met een WOZ-waarde van 300.000 euro. De Belastingdienst rekent 5,06% als fictieve huurwaarde: dat is 15.180 euro. Over dat bedrag betaalt u belasting, ook als u de woning het hele jaar alleen voor eigen gebruik aanhoudt en nooit verhuurt. U ontvangt dus geen inkomsten, maar wordt wel belast alsof u dat voordeel hebt genoten.
Praktische gevolgen voor de belastingplichtige
Voor belastingplichtigen heeft deze wijziging directe gevolgen:
- Hogere belastingdruk
Door het hogere percentage betaalt u meer belasting over uw vermogen, ook als u daar weinig mee verdient. Dit kan vooral nadelig zijn voor mensen met een tweede woning of beleggingen die weinig opleveren. - Meer administratie nodig
Als u gebruik wilt maken van de tegenbewijsregeling, moet u uw rendement goed kunnen aantonen. Dat betekent: een overzicht van inkomsten, waardestijgingen, kosten en andere relevante gegevens. Dit vraagt om een nauwkeurige administratie. - Risico op discussie met de Belastingdienst
Omdat het werkelijke rendement vaak lastig te bepalen is, kunnen er verschillen van inzicht ontstaan tussen u en de Belastingdienst. Dit kan leiden tot bezwaarprocedures of zelfs juridische stappen.
Conclusie: een fiscale spagaat
De verhoging van het rendementspercentage voor overige bezittingen in 2026 laat zien dat de Belastingdienst blijft vasthouden aan een systeem van schattingen, terwijl het beleid juist beweegt richting belasting op werkelijke inkomsten. Dit zorgt voor spanningen en onzekerheid. De tegenbewijsregeling biedt een uitweg, maar is complex en niet voor iedereen haalbaar.
Voor u is het belangrijk om tijdig te beoordelen of u in aanmerking komt voor tegenbewijs, en om uw vermogensstructuur kritisch te bekijken. Een goed fiscaal advies kan helpen om onaangename verrassingen te voorkomen.
Weten waar u aan toe bent? Neem contact met ons op. Onze belastingadviseurs denken graag met u mee!