Mest en fosfaatrechten
Door de LBV zal op termijn minder mest beschikbaar zijn. Op korte termijn is dit effect beperkt, omdat stoppende bedrijven eerst hun bestaande mestvoorraden moeten afvoeren. Tegelijkertijd leidt de krimp tot schaarste aan fosfaatrechten. Waar eerder stoppende bedrijven rechten aanboden, verdwijnt dit aanbod nu uit de markt. Voor melkveehouders die willen uitbreiden, betekent dit hogere kosten.
Dalende productie
De dalende productie in de veehouderij beïnvloedt direct de markten voor kalveren, eieren en vlees:
- Kalveren: Minder melkveebedrijven betekent een kleiner aanbod van nuchtere kalveren, waardoor de prijzen in de vleeskalverhouderij oplopen.
- Eieren: In de pluimveesector zorgen het krimpende aantal hennen, hoge voerkosten en vogelgriep voor grotere prijsschommelingen op de eiermarkt.
- Varkensvlees: Ook hier leidt het lagere aanbod tot hogere vleesprijzen.
Daarnaast vergroot de krimp de kans op consolidatie: grotere bedrijven nemen productie over, waardoor de markt minder concurrerend wordt.
Een duidelijke verschuiving
De LBV-regeling zorgt voor een duidelijke verschuiving binnen de veehouderij: productie krimpt, prijzen van fosfaatrechten en dierlijke producten stijgen, en de beschikbare mest neemt af. Deze hogere marktprijzen vergroten de weerbaarheid van agrarische bedrijven, maar worden uiteindelijk door de consument betaald via hogere supermarktprijzen.
Wilt u weten wat de LBV-regeling specifiek voor uw bedrijf betekent? Neem contact met ons op.