Nieuws

De werkkostenregeling (WKR) dreigt haar doel voorbij te schieten

Als belastingadviseur voor mkb-ondernemers zie ik dagelijks hoe werkgevers worstelen met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Goede medewerkers aantrekken én behouden is voor veel ondernemers minstens zo belangrijk geworden als het binnenhalen van nieuwe klanten. Juist daarom verbaast het mij dat het kabinet opnieuw lijkt te kijken naar versoberingen binnen de werkkostenregeling (WKR).

De WKR is veel meer dan een fiscale regeling

De werkkostenregeling is ooit bedoeld om werkgevers meer flexibiliteit te geven bij het vormgeven van arbeidsvoorwaarden. In de praktijk is de regeling uitgegroeid tot een belangrijk instrument waarmee ondernemers hun personeel kunnen waarderen. Denk aan een kerstpakket, een personeelsfeest, een fietsregeling of een sportabonnement. Zaken die niet direct het salaris verhogen, maar wel bijdragen aan werkplezier, betrokkenheid en gezondheid van werknemers.

De rekening komt vooral bij het mkb terecht

De meest opvallende maatregel is het voornemen om de eerste schijf van de vrije ruimte af te schaffen. Dat klinkt technisch, maar de praktische gevolgen zijn groot. Vooral kleinere en middelgrote werkgevers profiteren momenteel namelijk van deze schijf. Voor veel mkb-bedrijven vormt deze ruimte het verschil tussen wel of geen extra personeelsvoorzieningen kunnen aanbieden.

Grote ondernemingen beschikken vaak over eigen HR-afdelingen, ruimere budgetten en meer mogelijkheden om aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden te organiseren. Het mkb heeft die luxe meestal niet. Juist voor deze groep is de vrije ruimte een belangrijk middel om concurrerend te blijven als aantrekkelijke werkgever op de arbeidsmarkt.

Wanneer de vrije ruimte verder wordt beperkt, verwacht ik dat veel ondernemers voor een lastige keuze komen te staan: minder personeelsvoorzieningen aanbieden of hogere belastingkosten accepteren. Beide opties zijn onwenselijk.

Een belasting op waardering

Ook het voorgenomen vervallen van de vrijstelling voor branche-eigen producten vind ik moeilijk te verdedigen. In veel sectoren is het heel gebruikelijk dat medewerkers producten van hun werkgever met korting kunnen kopen. Dat zien werknemers vaak niet alleen als financieel voordeel, maar ook als een teken van betrokkenheid bij het bedrijf.

Waarom zou een medewerker van een winkelketen geen voordelige personeelsaankopen mogen doen? Waarom zou een horecamedewerker niet mogen profiteren van producten uit zijn eigen branche? Het fiscale voordeel dat hiermee gemoeid is, voelt in verhouding beperkt, terwijl de administratieve gevolgen voor werkgevers aanzienlijk kunnen zijn. Het risico bestaat dat een regeling die relatief eenvoudig en praktisch werkt, wordt ingeruild voor complexiteit en extra administratieve lasten. Dat lijkt haaks te staan op de wens van zowel ondernemers als overheid om regels juist eenvoudiger te maken.

Het positieve nieuws is beperkt

Tegenover deze versoberingen staat de voorgestelde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25 per kilometer. Dat is zonder twijfel een positieve ontwikkeling. Werknemers worden immers geconfronteerd met stijgende mobiliteitskosten en een hogere vergoeding sluit beter aan bij de werkelijke uitgaven.
Toch moeten we ook hierbij realistisch blijven. Een hogere onbelaste vergoeding komt feitelijk voor rekening van de werkgevers. Veel ondernemers zullen de vergoeding verhogen om aantrekkelijk te blijven voor personeel. Per saldo neemt de loonkostenpost daardoor toe. Ondernemers worden daarbij niet gecompenseerd voor hun hogere mobiliteitskosten.

De verhoging van de reiskostenvergoeding compenseert daarom naar mijn mening niet de mogelijke versobering van de vrije ruimte.

De overheid onderschat het belang van secundaire arbeidsvoorwaarden

Wat in de fiscale discussie soms wordt vergeten, is dat secundaire arbeidsvoorwaarden voor veel werknemers steeds belangrijker worden. Een prettige werkomgeving, aandacht voor vitaliteit, teamactiviteiten en kleine extra’s worden door werknemers vaak minstens zo gewaardeerd als een beperkte salarisverhoging.

Wanneer de fiscale ruimte hiervoor wordt beperkt, raakt dat uiteindelijk niet alleen werkgevers maar ook werknemers. Zeker in sectoren die al te maken hebben met personeelstekorten kan dit een ongewenst effect hebben.

Vanuit de praktijk zie ik bovendien dat ondernemers deze voorzieningen meestal niet inzetten om belasting te besparen. Zij gebruiken de WKR vooral om goed werkgeverschap vorm te geven.

Mijn conclusie

Als adviseur van mkb-ondernemers begrijp ik dat de overheid kritisch kijkt naar fiscale regelingen. Tegelijkertijd zou het kabinet zich moeten afvragen welke boodschap het afgeeft aan werkgevers die investeren in hun personeel.

De huidige voorstellen lijken vooral gericht op het beperken van fiscale voordelen zonder voldoende oog te hebben voor de rol die de werkkostenregeling speelt binnen modern werkgeverschap.

Mijn advies aan het kabinet zou daarom zijn: versober niet verder zonder aantoonbare noodzaak. De werkkostenregeling is geen cadeautjesregeling voor werkgevers, maar een belangrijk instrument om personeel te binden, waardering te tonen en ondernemerschap te ondersteunen. Juist in een tijd van arbeidsmarktkrapte zou de overheid dat moeten stimuleren in plaats van beperken.

Elise van den Breevaart

088 4821030

Bent u klaar voor de nieuwe regels rondom het inlenen van arbeidskrachten?
Volg ons webinar over de WTTA voor praktische inzichten
Webinar | 10 sep. 2026
Bent u klaar voor de nieuwe regels rondom het inlenen van arbeidskrachten?
Volg ons webinar over de WTTA voor praktische inzichten
Bedankt!
Uw inschrijving betekenen veel voor ons.
Don't miss out on the latest Industry news
You are Subscribed!