Nieuws

Belastingplan 2026: wijzigingen in de schenk- en erfbelasting

Op het gebied van de schenk- en erfbelasting hebben de wijzigingen van de afgelopen jaren met name in het teken gestaan van de bedrijfsopvolgingsregeling. De laatste maatregelen hiervan treden in 2026 in werking. In het Belastingplan 2026 zijn voor de schenk- en erfbelasting vijf wijzigingen voorgesteld.

Aangiftetermijn en renteberekening

Op dit moment is de termijn voor het indienen van een aangifte erfbelasting gesteld op 8 maanden na het overlijden. In veel situaties is dat onvoldoende omdat niet alle informatie beschikbaar is, of de uitvoering van het testament nog niet vaststaat. Alhoewel de Belastingdienst doorgaans soepel is in het verlenen van uitstel, treedt wel een ander nadeel op: na 8 maanden start ook het berekenen van belastingrente door de Belastingdienst (momenteel 6,5% op jaarbasis). Dit kan worden voorkomen met het tijdig aanvragen van een voorlopige aanslag, maar ook daarvoor ontbreekt vaak de benodigde informatie.

Er wordt voorgesteld om voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 de termijn voor het indienen van de aangifte én voor de berekening van belastingrente te stellen op 20 maanden na het overlijden. Dat is uiteraard een welkome verruiming. Wel is aangegeven dat na deze periode van 20 maanden nog maar beperkt tegemoet zal worden gekomen aan verzoeken tot uitstel.

Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden

Met schenkingen kan toekomstige erfbelasting worden verminderd. Ter voorkoming van schenkingen in het zicht van overlijden geldt de zogenaamde 180-dagenregeling. Dat houdt in dat een schenking die wordt gedaan binnen 180 dagen van het overlijden, fictief bij de erfenis wordt geteld. Eventuele schenkbelasting kan dan wel worden verrekend met de verschuldigde erfbelasting maar dit kan nadelig zijn.

In zo’n situatie zijn veel mensen zich er niet van bewust dat er eerst aangifte schenkbelasting moet worden gedaan. Dit levert veel extra werk op. Daarom wordt vanaf 2026 geregeld dat de aangifte schenkbelasting achterwege mag blijven in een dergelijke situatie.

Gemeenschap met ongelijke breukdelen

Als mensen gehuwd zijn (of zijn geregistreerd als partners), is vaak sprake van een (beperkte of algehele) gemeenschap van goederen. Het wettelijke uitgangspunt daarbij is dat beiden voor 50% zijn gerechtigd tot de gemeenschap. Het is echter mogelijk via huwelijksvoorwaarden af te wijken van dit uitgangspunt en een ongelijke verdeling overeen te komen. Vanwege een rechterlijke uitspraak is het mogelijk hiermee aan tax planning te doen, die in de ogen van de wetgever ongewenst is.

Uiteindelijk wordt de huwelijkse gemeenschap een keer verdeeld, namelijk aan het einde van het huwelijk vanwege echtscheiding of overlijden. Er wordt een nieuwe wettelijke regeling ingevoerd die ervoor zorgt dat bij de verdeling van een gemeenschap met ongelijke breukdelen sprake is van een schenking of erfenis voor zover iemand meer dan 50% verkrijgt. Het maakt daarbij niet uit wat het motief of achtergrond is van de ongelijke breukdelen.

Bestaande situaties worden ontzien mits de ongelijke breukdelen zijn opgenomen in een akte die is opgemaakt voor de bekendmaking van het Belastingplan 2026 op 16 september 2025. Die personen kunnen de gemeenschap met ongelijke breukdelen nog wel verdelen zonder dat dit wordt aangemerkt als schenking of erfenis. Het is echter niet toegestaan de bepaling omtrent de ongelijke breukdelen nog aan te passen.

Belangrijke constatering is ook dat het aangaan van een huwelijk of het opmaken of wijzigen van huwelijksvoorwaarden meestal nog steeds geen belaste schenking is. Dat blijft zo.

Biologische kinderen

Volgens het Nederlands recht is een biologisch kind niet automatisch een juridisch kind. Dat is bijvoorbeeld het geval als het kind niet is erkend of buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap is geboren. In een zaak die in 2024 voor de Hoge Raad speelde, erfde een biologisch kind van zijn vader, hoewel hij juridisch het kind was van een ander. De Belastingdienst weigerde aanvankelijk het kindertarief en de vrijstelling voor kinderen, de Hoge Raad bevestigde dat inderdaad volgens de wet geen recht op het kindtarief en de vrijstelling voor kinderen bestond. Vervolgens kreeg de belanghebbende deze in het arrest wel met toepassing van de hardheidsclausule. Belangrijk was dat sprake was van biologisch ouderschap én ‘family life’ tussen vader en kind. De Hoge Raad gaf de wetgever de opdracht het recht op toepassing van het kindtarief en de vrijstelling eerst beleidsmatig te regelen en zo snel mogelijk wettelijk vast te leggen.

De wetgever ‘repareert’ deze omissie nu door een biologisch kind ook voor de heffing van schenk- en erfbelasting als kind aan te merken. Hierdoor kan het kind ook gebruik maken van hogere vrijstellingen en lagere tarieven. Als voorwaarde geldt wel dat het kind de biologische band moet aantonen met een DNA-test. Er hoeft echter geen sprake te zijn van een zogenaamd family life. Dat laatste is bijzonder omdat dat juist in het arrest van de Hoge Raad een belangrijke afweging was.

Leegwaarderatio verhuurde woningen

Woningen worden voor de schenk- en erfbelasting in beginsel gewaardeerd op de WOZ-waarde. Woningen die voor onbepaalde tijd zijn verhuurd waarbij huurbescherming voor de huurder geldt, kennen mogelijk een lagere waarde. Afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde mag een vermindering op de WOZ-waarde worden toegepast. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd.

Werkelijke waarde nog lager
Het is echter mogelijk dat de werkelijke waarde van de verhuurde woning zelfs na toepassing van de leegwaarderatio nog meer dan 10% afwijkt van de wettelijke waarde. In die situatie geldt op basis van de rechtspraak dat toch de werkelijke waarde mag worden gehanteerd. Deze optie wordt nu ook wettelijk vastgelegd.

Gelieerde verhoudingen
In gelieerde verhoudingen (bijvoorbeeld ouder-kind) kan sprake zijn van een onzakelijke huur. Er mocht dan al geen leegwaarderatio worden toegepast. Dat wordt nu technisch anders ingericht, waardoor in een dergelijke situatie ook geen beroep op de werkelijke waarde kan worden gedaan.

Let bij een onzakelijke huur in gelieerde verhoudingen tevens op mogelijke gevolgen voor de schenkbelasting. 

In onze kennisbank over het Belastingplan 2026 leest u over de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen. We werken deze pagina bij met de laatste ontwikkelingen en belangrijke informatie. Vraagt u zich af wat het Belastingplan 2026 voor u betekent? Neem dan gerust contact met ons op. Onze adviseurs staan graag voor u klaar met ondersteuning en persoonlijk advies.

mr. Sebastian van Wijk RB

088 4821233

06 - 20 79 51 42