Hoofdregel: antwoorden
De wet zegt dat de Belastingdienst u vragen mag stellen en dat u die vragen in principe moet beantwoorden. Dit heet de informatieplicht. Het gaat dan wel om informatie die belangrijk kan zijn om uw belasting goed te kunnen berekenen (dus om te bepalen hoeveel belasting u moet betalen). Soms wil de Belastingdienst alleen uitleg (bijvoorbeeld: ‘waar komt dit bedrag vandaan?’). Soms vraagt de dienst om documenten, zoals facturen, bankafschriften of contracten.
Als een vraag relevant kan zijn voor uw belasting, moet u daarop reageren. Daarnaast moet u ook andere informatie geven die belangrijk is voor het onderwerp.
Het kan voorkomen dat de Belastingdienst vragen stelt waarvan het motief of de relevantie niet direct duidelijk is. In zulke gevallen kunt u overleggen met de Belastingdienst over de achterliggende reden van deze vraag en te bepalen of beantwoording noodzakelijk is.
Uitzonderingen en vragen niet beantwoorden
Er zijn situaties waarin u (een deel van) de vragen niet hoeft te beantwoorden, of waarin u bepaalde stukken niet hoeft op te sturen.
- Sommige beroepsgroepen, zoals advocaten en notarissen, hebben een verschoningsrecht. Dat betekent dat zij niet altijd alles hoeven te vertellen of alle documenten hoeven aan te leveren, omdat ze een wettelijke geheimhoudingsplicht hebben. In sommige gevallen valt een belastingadviseur of accountant hier ook (deels) onder. Let op: als u toch informatie of documenten geeft die onder het verschoningsrecht zouden vallen, dan geldt voor die informatie vaak niet meer dezelfde bescherming.
- Soms stelt de Belastingdienst vragen over iemand anders (een derde), bijvoorbeeld over een klant of over werk dat u voor een klant hebt gedaan. U bent niet altijd verplicht om die vragen te beantwoorden. In standaardbrieven staat soms wel dat het ‘moet’, maar dat klopt alleen als daar ook echt een wettelijke basis voor is. De belastinginspecteur moet duidelijk maken of er in uw geval een wettelijke plicht is om hierover informatie te geven.
- U hoeft ook geen informatie of documenten te geven die u simpelweg niet hebt. U moet dan wél uitleggen waarom u het niet kunt aanleveren (bijvoorbeeld omdat het document nooit is gemaakt, kwijt is geraakt of u dit niet in bezit hebt).
Gevolgen van niet (volledig) antwoorden
Als de Belastingdienst u een vraag stelt en u antwoordt niet (of u zegt dat u niet wilt antwoorden), dan kan de Belastingdienst een informatiebeschikking afgeven. Dat is een officiële beslissing waarin staat dat u niet genoeg informatie hebt gegeven. U kunt daartegen bezwaar maken, maar in de praktijk helpt dat lang niet altijd.
Als de informatiebeschikking definitief wordt, kan dat leiden tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Simpel gezegd: u staat dan zwakker, omdat u later zelf extra hard moet bewijzen dat uw aangifte klopt.
Let op: u kunt ook zo’n informatiebeschikking krijgen als u niet goed kunt uitleggen waarom u bepaalde informatie niet kunt aanleveren. Zegt u bijvoorbeeld dat u een document niet hebt, maar gelooft de Belastingdienst dat niet, dan kan de Belastingdienst alsnog vinden dat u het had moeten aanleveren. In de praktijk zien we dit meestal pas bij dossiers die al langer lopen en waar veel heen-en-weer contact over is.
Praktische zaken
Als de Belastingdienst vragen stelt, moet duidelijk zijn wat het doel is en om welke documenten het gaat. Het verzoek moet dus redelijk concreet zijn. Ook moet de dienst u een redelijke termijn geven om te reageren. In de praktijk merken we dat als u om extra tijd vraagt, dit meestal gewoon wordt toegestaan.
Vraagt de Belastingdienst steeds opnieuw om dezelfde informatie, terwijl u die vraag al hebt beantwoord of het document al hebt gestuurd? Dan hoeft u niet elke keer opnieuw uitgebreid te reageren. U kunt dan verwijzen naar uw eerdere antwoord.