Nieuws

Belastingplan 2026: wijzigingen in de inkomstenbelasting

In dit artikel leest u over voorgestelde maatregelen in de inkomstenbelasting (box 1 en box 3) die voor iedereen van toepassing kunnen zijn. Maatregelen voor ondernemers in de inkomstenbelasting (eenmanszaak, maatschap, VOF) lichten we in een ander artikel [link] toe. Dat geldt ook voor maatregelen voor ondernemers met een bv [link]. 

Schijven en tarieven

Het is nog maar vijf jaar geleden dat het toenmalige kabinet met veel bombarie aankondigde dat in box 1 van de inkomstenbelasting nog slechts twee tariefschijven zouden gelden. Dat was toen al de halve waarheid, onder andere vanwege de inkomensafhankelijke heffingskortingen en extra schijf voor AOW-gerechtigden. Maar de vorig jaar uit elkaar getrokken eerste schijf wordt nu nog verder gespleten, waardoor weer gewoon sprake is van 3 schijven. Het tarief in de eerste daalt iets en het tarief in de twee schijf stijgt iets, waardoor het verschil bijna 2%-punt is. Het tarief in de derde schijf blijft gelijk.

2025 2026
Tarief schijf 1 35,82% 35,70%
Tarief schijf 2 37,48% 37,56%
Tarief schijf 3 49,50% 49,50%
Grens schijf 1 € 38.441 € 38.883
Grens schijf 2 € 76.817 € 79.137

 

Heffingskorting

Al jaren wordt gepoogd de koopkracht van specifieke doelgroepen te beïnvloeden door middel van aanpassingen in de heffingskortingen. Dat wordt onder ander gedaan door ze afhankelijk te maken van het inkomen. Voor 2026 zijn slechts minieme wijzigingen in bedragen en grensbedragen voorzien.

Fictief rendement box 3

Het al jaren voortslepende dossier over box 3 krijgt zoals verwacht een tijdelijke nieuwe uitloper. De wettelijke regeling in box 3 voorziet tot en met (in ieder geval) 2027 nog in fictieve rendementen, waarbij sprake is van drie categorieën: bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen. Het fictieve rendement voor overige bezittingen schommelt al jaren rond 6%. Vanwege een financiële tegenvaller in box 3 vanwege de tegenbewijsregeling, wordt dit tarief vanaf 2026 verhoogd tot maar liefst 7,78%.

Belastingplichtigen worden tot en met 2027 nog steeds in de gelegenheid gesteld aan te tonen dat hun werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement. Door deze drastische verhoging zullen meer mensen daarvoor in aanmerking komen. Anderzijds leren de eerste ervaringen met de tegenbewijsregeling ons dat de maatstaven waarnaar het werkelijk rendement moet worden berekend, voor velen geen voordeel opleveren. Dit komt onder andere doordat kostenaftrek niet is toegestaan en doordat bij het werkelijk rendement geen rekening mag worden gehouden met heffingsvrij vermogen.

Ondanks dat deze verhoging is bedoeld om de financiële tegenvaller op te vangen, is niet voorzien in een terugsluis als de tegenvaller achteraf minder ernstig blijkt te zijn. De algehele verwachting in de praktijk is echter dat fors minder mensen dan geraamd een beroep zullen doen op de tegenbewijsregeling. De verwachte belastingderving kan daardoor veel lager uitvallen.

Heffingsvrij vermogen

Als aanvulling op de verhoging van fictieve rendement voor overige bezittingen in box 3 wordt ook het heffingsvrij vermogen verlaagd.

2025 2026
Alleenstaande € 57.684 € 51.396
Partners gezamenlijk € 115.368 € 102.792

 

Hierdoor zullen vermoedelijk 300.000 mensen ineens belasting in box 3 moeten gaan betalen.

Afschaffing stimulering groene beleggingen

De stimulering van groene beleggingen bestaat uit twee regelingen: een vrijstelling in box 3 en een heffingskorting afhankelijk van de toegepaste box 3-vrijstelling. Vorig jaar is reeds besloten de regelingen af te schaffen met ingang van 2027, nadat deze regelingen al waren versoberd per 2025. Er wordt nu voorgesteld de regelingen een jaar langer te laten bestaan. Niet te vroeg gejuicht: de vrijstelling bedraagt in het extra jaar 2027 slechts € 200 en de heffingskorting nog € 0,20. Vanaf 2028 vervalt de stimulering voor groene beleggingen helemaal.

Leegwaarderatio verhuurde woningen

Inleiding
Woningen in box 3 worden in beginsel gewaardeerd op de WOZ-waarde. Woningen die voor onbepaalde tijd zijn verhuurd waarbij huurbescherming voor de huurder geldt, kennen mogelijk een lagere waarde. Afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde mag een vermindering op de WOZ-waarde worden toegepast. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd.

Werkelijke waarde nog lager
Het is echter mogelijk dat de werkelijke waarde van de verhuurde woning zelfs na toepassing van de leegwaarderatio nog meer dan 10% afwijkt van de wettelijke waarde. In die situatie geldt op basis van de rechtspraak dat toch de werkelijke waarde mag worden gehanteerd. Deze optie wordt nu ook wettelijk vastgelegd.

Gelieerde verhoudingen
In zogenaamde gelieerde verhoudingen (bijvoorbeeld ouder-kind) kan sprake zijn van een onzakelijke huur. Er mocht dan al geen leegwaarderatio worden toegepast. Dat wordt nu technisch anders ingericht, waardoor in een dergelijke situatie ook geen beroep op de werkelijke waarde kan worden gedaan.

Let bij een onzakelijke huur in gelieerde verhoudingen ook op mogelijke gevolgen voor de schenkbelasting!

Reparatie ‘obligatielek’
In de wet waarmee belastingplichtigen hun werkelijke rendement kunnen aantonen, bleek een belastinglek te zitten indien slim wordt geïnvesteerd in obligaties. In de media is dit breed uitgemeten en als obligatietruc bestempeld. De wetgever heeft maatregelen getroffen om dit lek te dichten, zodat hiervan vanaf heden geen gebruik (meer) kan worden gemaakt. Deze maatregel geldt alleen als gebruik wordt gemaakt van de tegenbewijsregeling.

In onze kennisbank over het Belastingplan 2026 leest u over de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen. We werken deze pagina bij met de laatste ontwikkelingen en belangrijke informatie. Vraagt u zich af wat het Belastingplan 2026 voor u betekent? Neem dan gerust contact met ons op. Onze adviseurs staan graag voor u klaar met ondersteuning en persoonlijk advies.

Linda Schuurmans

088 4821735